Opdracht 4.1: Procenten
Lesvoorbereiding:
Klas/ groep: v2a
Lesuur: 5e
Student: Sander Stolwijk
Kern van de lesinhoud:
In de les wordt gewerkt met het boek 'Getal & Ruimte 2 vmbo-bk deel 1 (13e ed.)'. Hierbij gaan we een start maken aan hoofdstuk 4: Statistiek. Daarbij zullen we de voorkennis en paragraaf 4.1 verwerken in de les. De theorie en de opgaven die in het boek staan vormen de basis van deze les.
Tijdens deze les wordt er gebruik gemaakt van 'Flipping the classroom'. De leerlingen zullen als voorbereiding van de les naar de volgende 2 instructievideo's kijken:
-
Procenten - procentuele toename berekenen - WiskundeAcademie: https://www.youtube.com/watch?v=OdXS3J8exWg
-
Procenten - procentuele afname berekenen - WiskundeAcademie: https://www.youtube.com/watch?v=27OfHNJT45Q
De start van de les zal bestaan uit het bespreken van de informatie die is verteld in de instructievideo's. Dit doe ik aan de hand van steekproefsgewijs leerlingen vragen hierover te stellen. Hierbij hoop ik ook de vragen te kunnen beantwoorden van de leerlingen die de instructievideo's niet helemaal begrepen.
Na de start van de les zal de klas opgedeeld worden in 2 groepen:
- Leerlingen die de instructievideo's begrepen hebben zullen ze aan de slag gaan met de opdrachten uit het boek.
- Leerlingen die de instructievideo's niet begrepen en daar nog vragen over hebben, zullen samen met mij klassikaal nog een voorbeeld bespreken over dit onderwerp. Wanneer de leerlingen de stof we snappen zullen zij ook aan de slag gaan met de opdrachten uit het boek.
Voor de theorie van 4.1 ben ik niet van plan om meer toelichting te geven. Dit doe ik om de reden dat dit voor een groot gedeelte van de groep geen nieuwe informatie is. Wanneer de leerlingen toch vastlopen tijdens het maken van de opdrachten en ik niet beschikbaar ben kunnen de leerlingen deze theorie bestuderen zodat de leerlingen weer zelfstandig met de opdrachten aan de slag kunnen gaan.
Opgave klassikaal voorbeeld:
Voor het klassikale voorbeeld ga ik de volgende opdrachten bespreken:
- Anna heeft €1550,- op haar spaarrekening staan. Anne krijgt hier per jaar rente over uitbetaald. Na één jaar staat er €1565,50 op haar spaarrekening. Hoeveel procent rente heeft Anna gekregen? Antwoord: (1565,50 - 1550) / 1550 x 100% = 1%
- Barbera leent €250,- van de bank. Hier moet Barbera rente over betalen. Na één jaar is de schuld van Barbera bij de bank €257,50. Hoeveel procent rente moet Barbera extra betalen over haar schuld? Antwoord: (257,50 - 250) / 250 x 100% = 3%
Deze opdrachten zullen we gezamenlijk maken. Dit doe ik door de leerlingen die aan dit gedeelte van de les meedoen vragen te stellen die ze zullen helpen om het antwoord op deze vraag te kunnen geven.
Lesdoelen:
- Aan het einde van de les kunnen de leerlingen een deel uitrekenen aan de hand van een percentage en een geheel.
- Aan het einde van de les kunnen de leerlingen een percentage uitrekenen aan de hand van een deel en een geheel.
- Aan het einde van de les kunnen de leerlingen de toename in procenten tussen het oude en het nieuwe getal uitrekenen.
- Aan het einde van de les kunnen de leerlingen de afname in procenten tussen het oude en het nieuwe getal uitrekenen.
Persoonlijke leerdoelen:
Ik weet van mezelf dat ik nogal een langdradig verhaal kan vertellen. Als ik dat ga doen bij deze groep leerlingen gaan er heel veel afhaken. Het is dus van belang dat ik het voorbeeld dat ik ga gebruiken compact houdt, zodat de leerlingen daarna zo snel mogelijk aan de slag kunnen gaan met de opdrachten.
Beginsituatie/zaken waar rekening mee te houden:
De leerlingen hebben tijdens het 4e uur geschiedenis gehad. De docent is tijdens deze les in de meeste gevallen een lang verhaal aan het vertellen. De concentratie om naar een lang verhaal van mij te luisteren zal er daarom waarschijnlijk niet zijn. Het is dus van belang dat ik de theoretische uitleg kort en bondig houd zodat de leerlingen zo snel mogelijk aan de slag kunnen.
Het is inmiddels al een tijdje geleden dat de leerlingen aan de slag zijn geweest met procenten. Door de instructievideo's als huiswerk opgegeven te hebben hoop ik dat een groot gedeelte van de leerlingen weer weet hoe het zit met procenten. Voor de leerlingen waar het kwartje niet valt is het van belang om ze extra aandacht te geven over wat een percentage ook alweer inhoudt.
Benodigd materiaal/gereedschap/apparatuur:
Voor deze les heb ik mijn eigen laptop nodig. Hier staat namelijk de software op waarmee ik op het digibord kan schrijven. Daarnaast heb ik ook een aantal PowerPointslides die ik gebruik als ondersteuning voor mijn les. Ook heb ik natuurlijk mijn eigen wiskundeboek nodig. Omdat het soms voor kan komen dat het digibord volstaat neem ik ook een set whiteboard markers mee, zodat ik op het whiteboard kan schrijven als dit nodig is.
Van de leerlingen wordt verwacht dat zij de gebruikelijke spullen meenemen voor een wiskunde les dat over procenten gaat: boek, schrift, pen, potlood, gum en rekenmachine.
| Lesonderdeel | Leerproces | Tijd |
|---|---|---|
| Wat gaat er deze les gebeuren? | Hoe ga ik dat aanpakken. met welke voorbeelden en werkvormen en wat verwacht ik dat de leerlingen doen? | |
| Het bespreken van de instructievideo's. | Door leerlingen willekeurig vragen te stellen over de instructievideo's wil ik ervoor zorgen dat de leerlingen weten waar ze mee aan de slag gaan deze les. Hierdoor kan ik ook controleren of de leerlingen de instructievideo's gekeken hebben. Ook kan ik hiermee zien of leerlingen de lesstof begrijpen of niet. | 5 minuten |
| Hoe enthousiasmeer ik ze voor het onderwerp? | Hoe ga ik dat aanpakken. met welke voorbeelden en werkvormen en wat verwacht ik dat de leerlingen doen? | |
| Ik ga alledaagse statistiek toepassen in mijn les door middel van een voorbeeld. | Voor de leerlingen die de lesstof nog niet begrijpen wil ik een verhaal gaan vertellen over de toename van geld als dat op je spaarrekening staat en het moeten betalen van rente over een lening. | 8 minuten |
| Hoe controleer ik wat begrepen is? | Hoe ga ik dat aanpakken. met welke voorbeelden en werkvormen en wat verwacht ik dat de leerlingen doen? | |
| Zelfstandig werken aan opdrachten. | De leerlingen gaan de opdrachten van de voorkennis en paragraaf 4.1 maken tijdens het zelfstandig werken. | 30 minuten |
| Hoe sluit ik af? | Hoe ga ik dat aanpakken. met welke voorbeelden en werkvormen en wat verwacht ik dat de leerlingen doen? | |
| Beschrijven van leerdoelen en het vertellen van het huiswerk. | Aan het einde van de les vraag ik of de leerlingen de aandacht aan mij willen geven. Daarna zet ik de leerdoelen van de les nogmaals op het bord. Daarnaast schrijf ik ook op dat de opdrachten die nog niet af zijn afgemaakt moeten worden als huiswerk voor de volgende les. | 2 minuten |
| Wat doe ik als ik tijd over heb? | Hoe ga ik dat aanpakken. met welke voorbeelden en werkvormen en wat verwacht ik dat de leerlingen doen? | |
| Leerlingen kunnen eerder klaar zijn met de opdrachten dan dat de les lang is. | Wanneer de leerling aangeeft klaar te zijn met de opdrachten controleer ik dit. Wanneer dit het geval is en de opdrachten goed zijn gemaakt mag de leerling opdrachten maken voor een ander vak. | n.v.t. |
Gebruikte PowerPoint:
Hierbij de slides die gebruikt worden tijdens mijn les. Je ziet hierbij lege witte vlakken. Deze vlakken vul ik zelfstandig in. Hieronder zal staan wat ik per dia zou hebben ingevuld:
Dia 1: Pagina 180 en Opgave 1abc.
Dia 3: Opgave 3ab, Pagina 180.
Dia 4: Pagina 182 tot 185 en Opdracht 2 t/m 12.
Tijd is in deze situatie niet relevant. Dit geldt gedeeltelijk voor dia 3 en dia 4.
Verantwoording:
Notatiesoftware:
Voor deze les gebruik ik notatiesoftware zodat ik op het digibord kan schrijven. Hierdoor kunnen de leerlingen precies zien hoe ze een opdracht moeten uitwerken. Het voordeel om dit op een digibord te doen is zodat je het kan opslaan. Daarna heb je als docent de mogelijkheid om dit ook met de leerlingen te delen via een programma zoals OneDrive.
Voordoen Nadoen Oefenen (VNO):
Ik heb gekozen om de lesstof over te brengen met behulp van Voordoen Nadoen Oefenen (VNO); ik laat de leerlingen zien hoe ze de berekeningen moeten doen. Vervolgens doen ze dit na en bespreken we dat samen. Uiteindelijk gaan leerlingen zelf aan de slag met opdrachten uit het boek. Ik ben van mening dat VNO de meest efficiënte manier is om de lesstof uit te leggen aan de leerlingen. Het helpt voor de leerlingen om te zien wat er moet gebeuren; hierdoor kunnen ze de stof beter leren (Smit, 2021).
Ontvangen van de leerlingen:
De docent staat als de bel gaat bij de deur en ontvangt daar de leerlingen. Hiermee houdt de docent de ‘gangcultuur buiten’ (Slooter, 2018). Dit zorgt voor rust in het lokaal, zodat de docent snel kan beginnen met de les. Als de leerlingen binnenkomen, begroet de docent ze door ze bij hun naam te noemen en even een praatje te maken. Op deze manier werkt de docent aan de relatie met de leerlingen (Deci & Ryan, 1991). Leerlingen voelen zich hierdoor gezien en kunnen even hun verhaal kwijt. Dit zorgt ervoor dat de verhalen niet opkomen tijdens de les en de docent door kan gaan met de uitleg zonder al te veel te worden onderbroken.
Zelfstandig werken:
De beste manier om de lesstof eigen te maken voor leerlingen is om te oefenen. Hiermee slaan ze nieuwe lesstof ook beter op (Van Der Hoeven, 2009). Het is belangrijk dat dit zelfstandig gebeurd zodat leerlingen bij hunzelf kunnen checken of ze het onderwerp begrijpen. Wel mogen ze zachtjes overleggen met klasgenoten, zodat ze elkaar verder kunnen helpen en samen de lesstof beter leren te begrijpen.
Opdrachten:
Voor de opdrachten die de leerlingen moeten maken heb ik gekozen voor opdrachten die in het boek staan. Deze opdrachten sluiten mooi aan op de uitleg van de lesstof die tijdens de les aan de orde komen. De leerlingen die de lesstof dus begrijpen kunnen daarna goed aan de slag aan deze opdrachten. Wanneer er leerlingen zijn die de lesstof nog niet goed begrijpen kan de docenten langskomen om nog een beetje extra uitleg te geven in de hoop dat de leerlingen het daarna wel snappen en dus met de opdrachten aan de slag kunnen gaan.
Opstelling van het lokaal:
De klas wordt opgesteld als een 'bus indeling’. Dit wordt gedaan om ervoor te zorgen dat er een rustige werksfeer ontstaat waarin de focus vooral ligt op zelfstandig werken. Komt de leerling er nou echt niet uit, dan kan de leerling hulp vragen aan zijn buurman. Lukt het nog steeds niet, dan kan de docent ingeschakeld worden (Is Een Rijenopstelling Beter Voor Leerlingen in het Vmbo Basis/Kader Dan een Groepsopstelling? | Kennisrotonde, 2017).
Complimenten geven:
De rol van pedagoog maakt gebruik van leerlingen complimenteren. Ik heb hiervoor gekozen omdat complimenten van positieve invloed kunnen zijn op de motivatie van de leerlingen (Tremio, 2017). De leerling voelt zich hierdoor gezien en wordt meer zelfverzekerd door het compliment.
Terugblikken op de lesdoelen:
Door even terug te blikken op de lesdoelen kan de docent checken of de lesdoelen zijn behaald. Met deze kennis kan de docent hier op inspelen bij de volgende les. Onderdelen die leerlingen lastig vonden, kunnen dan nog een keer herhaald worden. Ook krijgen de leerlingen bij deze terugblik een korte samenvatting van wat ze die les hebben geleerd.
Flipping the classroom:
Door gebruik te maken van instructievideo's kunnen de leerlingen zelf bepalen in welk tempo ze de video bekijken. Leerling krijgen meer autonomie over hen eigen leerproces. Door de instructievideo te pauzeren, terug te spoelen of in zijn volledigheid nog een keer te bekijken is de kans groter dat de leerlingen de lesstof zullen begrijpen. Daarnaast is het ook een stuk makkelijker om weer op schema te lopen voor de leerlingen die de les gemist hebben (Conradi, 2019).
Opgave klassikaal voorbeeld:
Voor dit moment heb ik gekozen voor een opgave die te maken heeft met geld sparen en geld lenen. Geld is een onderwerp dat bij deze groep iedereen bezighoudt. Sommige leerlingen hebben al een bijbaantje of zijn hier naar opzoek. Hierdoor zullen ze geld opsparen. Om ze bewust te maken dat je door geld te sparen ook geld verdient zullen leerlingen mogelijk extra nadenken of ze wel niet iets moeten kopen of niet. Als ze namelijk te veel kopen kan er een situatie ontstaan waarin deze leerlingen geld moeten lenen. In dit voorbeeld wil ik ook duidelijk maken dat de spaarrente lager is dan de schuldrente. Hierbij ben ik dus bezig met een stukje 'Statistical literacy', zodat de leerlingen bewust bezig zijn met het sparen of uitgeven van geld.
Literatuurlijst:
Conradi, R. (2019). Flipping the classroom: 6 voor- en nadelen. Onderwijs van Morgen. https://www.onderwijsvanmorgen.nl/flipping-the-classroom-6-voor-en-nadelen/?utm_source=copilot.com
Deci, E. L., Vallerand, R. J., Pelletier, L. G., & Ryan, R. M. (1991). Motivation and Education: The Self-Determination Perspective. Educational Psychologist, 26(3–4), 325–346. https://doi.org/10.1080/00461520.1991.9653137
Kennisrotonde (2017). Is een rijenopstelling beter voor leerling in het vmbo basis/kader dan een groepsopstelling? https://www.kennisrotonde.nl/vraag-en-antwoord/klassenopstelling
Slooter, M. (2018). De zes rollen van de leraar: handboek voor effectief lesgeven.
Smit, J. (2021). Goed voorbeeld doet goed volgen. Geestelijke Verzorging, 99. https://vgvz.nl/wp-content/uploads/2021/11/TGV-99-P32-36-Smit.pdf
Tremio, K. (2017). Effectieve complimenten geven: Hoe doe je dat? Onderwijs van Morgen. https://www.onderwijsvanmorgen.nl/effectieve-complimenten-geven-hoe/
Maak jouw eigen website met JouwWeb